De Banteay Chhmar tempel heeft in tegenstelling tot veel pagodes in Cambodja de tijd van Pol Pot overleefd; Het is in ieder geval niet met de grond gelijk gemaakt. De tempel ligt vlak aan de Thaise grens, op 170 km van Angkor Wat.
De
tempel is moeilijk bereikbaar door de zeer slechte staat van de wegen.
Hierover later meer.
Banteay Chhmar betekent "het Smalle Fort". De tempel is gebouwd tijdens het bewind van
Koning Jayavarman VII (1181-1201), ter ere van zijn zoon. Het is waarschijnlijk dat hij deze plek uitkoos omdat zijn zoon hier stierf tijdens een slag met de Cham, de eeuwige vijand van de Khmer. In deze tijd was het Khmer rijk op zijn hoogte punt, en kantelde de invloed die het het gebied door de eeuwen heen gehad had vanuit India, uit China en Sri Lanka in de richting van het Boeddhisme. Het was 50 jaar nadat Koning Suryavarman II de Angkor Wat tempel bouwde; Het grootste en meest bekende monument van de vele monumenten die Angkor Wat telt. Net voordat hij Banteay Chhmar liet bouwen, bouwde hij de Ta Prohm en Preah Khan; twee boeddische complexen in Angkor Wat. Gebouwd in een tijd dat de Khmer grotendeels Hindoeïstisch waren, maar dat Boeddha als een god naast Hindoeïstische goden aanbeden werd.
Als een Boeddhistische Koning in een Boeddhistisch land is hij een van de meest gerespecteerde historische sleutel-figuren. Hij is volgens de overlevering ook de bouwer van ziekenhuizen en
vuurhuizen langs de weg waar reizigers konden uitrusten.
In dezelfde tijd dat Banteay Chhmar gebouwd werd, werd er ook gebouwd aan
de Bayon tempel. Beiden laten mythische en historische scenes zien, en ook de architectuur is op vele punten gelijk.
De Banteay Chmmar tempel wordt dan ook gezien als het prototype van de Bayon tempel in Angkor wat. Zie
hier voor een uitgebreide uitleg. Dit artikel van de
"Global Heritage Fund" (dat nu zorgt voor de restauratie) is ook als bron gebruikt.
De gezichten van de Boeddha beelden in de Bayon tempel en andere tempels in Angkor Wat zijn in de dertiende eeuw grotendeels verwijderd in een beeldenstorm, toen het Hindoeisme een comeback maakte. De gezichten van de Boeddha beelden in de Banteay Chhmar hebben dit niet meegemaakt.
Maar na eeuwen verlaten te zijn, hebben het oerwoud en de elementen ervoor
gezorgd dat de tempel vervallen is. Het is niet zo zoals in Angkor Wat, dat er nog veel stenen daken het regenwater in de moesson buiten houden,
geloof ik.
Meer recentelijk is de meeste schade aangericht aan de tempel. De omgeving was
een bolwerk van de Rode Khmer. In deze periode is geheel in de
denkbeelden van de idyllische agrarische gemeenschap een waterbekken
uitgegraven waarbij talloze arbeiders het leven gelaten hebben. Als schrale troost word
dit bekken nu wel gebruikt voor de watervoorziening en visserij.
Het heeft
tot ver in de jaren negentig geduurd voordat de Rode Khmer hier
verdreven was. De tempel is toen ook in de vuurlinie van de artillerie
komen te liggen.
In 1998 zijn een zestal metershoge gebeeldhouwde
stenen die afbeeldingen van
Avalokiteshvara (bovennatuurlijke
wezens met vele armen die geïnspireerd zijn op het Hindoeïsme)
voorstelden, op een vrachtwagen gehezen en over de Thaise grens gereden. De grens is maar 13km van de tempel verwijderd is. Een
rapport
geeft aan dat een paar honderd soldaten wekenlang met zware machinerie
in de weer zijn geweest om de klus te klaren. De geplunderd artefacten
werden later in Thailand aangeboden. Waaronder een van de
Avalokiteshvara beelden die te koop was voor $8000 in een antiekwinkel
in Bangkok.
De tempel is pas sinds 2007 na
het opruimen van de laatste mijnen te bezichtigen.
Het is overwegend gewijd aan Boeddha ook al zijn er ook Hindoeïstische invloeden. Het ligt in een bassin. Het bassin meet 1,4 km bij 500 meter, en het gehele terrein ovetreft vele malen het dorp Banteay Chmmar
dat aan haar poorten ligt. De bassins hadden naast een praktische en strategische functie ook een symbolische religieuze functie. Evenals bij de waterbassins in de omgeving van Angkor Wat, die in sommige gevallen gigantisch zijn, is hier door hydrologen uit die tijd deskundig te werk gegaan. Waarbij kanalen werden gegraven, dammen aangelegd, en rekening gehouden werd met natuurlijke bronnen.
Systemen die tot de dag van vandaag werken, ook al is door ontbossing de toevloed van water versterkt. In Banteay Chhmar wordt het dorp beschermt door een dam die ruim 800 jaar oud is. De verschillende bassins worden tegenwoordig altijd nog gebruikt. In een droge streek waar er geen waterleiding is, word er in de droge tijd dankbaar gebruikt van gemaakt om een bad te nemen of water te halen voor mensen die geen geld hebben voor een watertank.
 |
| Dhr Song legt iets uit aan collega Dhr Sok |
 |
| De Prasat Ta Prohm is een van de 8 satteliet tempels bij Banteay Chhmar en ligt ook in een waterbassin vlak tegen het dorp aan. |
 |
| De hoofdtoren van Banteay Chhmar met in alle windrichtingen een gezicht zoals ook voorbeelden te zien zijn in de Banteay Chhmar en Baray tempel. De toren heeft versteviging gekregen van een Cambodjaanse conservatie organisatie. |
De mensen wonen naast een uniek monument. Waardoor zoals een oude mythe verteld aan het eind der tijden de beelden van de goden weer boven water komen; Het precieze verhaal zoals de gids Ponlok Song (vice president van
Banteay Chhmar Community based tourism) is me ontschoten, maar de strekking is dat de voorvaderen van de dorpelingen zoals deze voorvaderen ook wilden nog dagelijks herinnerd worden aan het grote werk wat er in het verleden verricht is, en hier ook hun brood mee verdienen kunnen.
Lokale home-stays zijn verenigd in een netwerk van kleine ondernemingen, dat geïnitieerd is door een kleine Nederlandse NGO en dragen van de inkomsten een deel af aan het conserveren van het tempel complex. Meestal komt er een bus toeristen uit Thailand op weg naar Angkor wat, om een tussenstop te maken en worden de toeristen onder de verschillende home-stays verdeeld. Voor prijzen zie
de prijslijst van de organisatie.
Ik was samen met Dhr Sok op de bruiloft van zijn broer. Het slapen op de houten planken van een hut vond ik niet zo aantrekkelijk, en toen heeft de schoonbroer van Dhr Sok, die commune-leider is, ons aan Dhr Song voorgesteld. Hij heeft ons toen naar een home-stay gebracht heeft en de volgende dag gids voor ons is geweest in de tempel.
Het aantal bezoekers valt echter tegen volgens Dhr Song. Nu in de droge tijd zijn er tussen de 10-20 bezoekers per week veelal uit Thailand en Zuid Korea.
In de regentijd houd het toeristische seizoen even op. De wegen zijn dan onbegaanbaar, en er is dan echt een vier wiel drive nodig om bij de tempel te komen. Het is dan ook wachten totdat de weg verhard wordt. Het is een hele rally om in Banteay Chhmar te komen vanaf Sisophon. Ook al is de afstand 65 km, de rit duurt anderhalf uur, en er rijden alleen maar in de ochtend en rond het middag uur taxi's.
Het is dus niet ongebruikelijk dat hier niemand is behalve de enkele toerist en medewerkers van de Global Heritage Fund die bezig zijn met de grote puzzel om de stenen weer op de juiste plek te zetten.